ARTIKEL UIT Kerkbode








nummer


48

datum uitg.


21-DEC-2007


Lastige bijbelteksten - J.H. Kuiper

In mijn eerste gemeente sprak ik een man die jarenlang landarbeider geweest is. Hij werkte bij een christelijke boer. Dus er werd voor en na het eten gebeden en Bijbel gelezen. Alleen, bij Jacobus 5: 4 aangekomen, sloeg hij dat vers maar over:



Ziet, het loon der werklieden, die uw landen gemaaid hebben, welke van u verkort is, roept; en het geschrei dergenen, die geoogst hebben, is gekomen tot in de oren van den Heere Sebaôth, Statenvertaling: het speelde lang geleden.
Er zullen weinig mensen zijn die dit selectieve bijbelgebruik goedkeuren. Dat hoop ik tenminste maar. Ik kan de christelijke boer niet meer vragen waarom hij dat deed. Daarvoor is het te lang geleden. De les: wie belijdt dat elk schriftwoord door God is ingegeven en daarom nuttig is (2 Tim. 3: 16), mag geen selectie uit de Bijbel maken.

Haat

In dit voorbeeld is dat wel duidelijk, maar hoe zit het met andere lastige Bijbelteksten? In het Nederlands Dagblad van zaterdag jl. stond in het overzicht van de krenten uit de kerkbladenpap een citaat van Andries Knevel. Het ging over Psalm 139. Een prachtige Psalm, van iemand die zijn ziel en zaligheid bloot legt voor zijn Schepper. Aan het einde smeekt hij God om hem nog verder op de goede weg te leiden. Hij heeft en hoeft niets te verbergen. Dat God alles van hem weet, is geen angstaanjagend driehoeksbordje aan de muur met een oog erin. Hij is vertrouwd met God. Des te opvallender dat dan opeens de woorden voorkomen: Zou ik niet haten, HERE, wie U haten, niet verafschuwen wie tegen U opstaan (Vertaling NGB 1951; het gebruik van de NBV is in de kerken waar Andries Knevel lid van is, sterk ontraden). Bij Andries aan tafel worden die woorden meestal overgeslagen. Net als in het opwekkingslied dat teruggaat naar deze Psalm. Ik herken de verlegenheid: wat moet je met die woorden? Het aangehaalde artikeltje wijst verder op woorden van Christus zelf, die sprak over het liefhebben van vijanden en voor hen bidden. Wie die woorden opzoekt, merkt dan allereerst dat Christus een interpretatie van een bijbeltekst over het liefhebben van de naaste corrigeert, je vijanden haten is een toevoeging vanuit de traditie (Matt. 5 vers 43-45: Jullie hebben gehoord dat gezegd werd: ‘Je moet je naaste liefhebben en je vijand haten.’ En ik zeg jullie: heb je vijanden lief en bid voor wie jullie vervolgen, alleen dan zijn jullie werkelijk kinderen van je Vader in de hemel. Hij laat zijn zon immers opgaan over goede en slechte mensen en laat het regenen over rechtvaardigen en onrechtvaardigen). Een belangrijk verschil: Christus corrigeert zichzelf niet. Ook in Psalm 139 is Hij aan het woord. In de tweede plaats gaat het bij David niet om zijn eigen vijanden, maar om die van God. Een belangrijk verschil, zie zijn houding ten opzichte van voorganger Saul. Vergelijk hier ook H.C. 19 en Art. 37 NGB. Er zijn nog wel meer overwegingen die de bedoeling van die lastige woorden uit Psalm 139 kunnen verhelderen, maar het gaat mij om een methodisch punt. Als elk schriftwoord van God ingegeven is en daarom nuttig, denkt Paulus allereerst aan het Oude Testament. Het Nieuwe is nog in wording. Dan kunnen wij geen stukjes overslaan, waarmee we verlegen zijn, om wat voor reden ook. En dan kan het ook niet zo zijn, dat het Nieuwe Testament het Oude corrigeert: David zegt dat nou wel in die Psalm over haten van vijanden, maar wij weten beter inmiddels. Als christen die de Bijbel serieus neemt, heb je dan de opgave om met zo’n lastige tekst bezig te blijven tot die zijn bedoeling voor ons prijsgeeft (dit artikeltje is niet bedoeld om mijn ‘oplossing’ te geven, maar om aan het denken te zetten).

Verbond en bekering

Dat kan ook op andere niveaus spelen. Vorige week was even in het nieuws dat iemand het verschil tussen bevindelijke en orthodoxe gereformeerden ongeveer zo onder woorden bracht: de bevindelijken leggen de nadruk op de bekering en de orthodoxen op het verbond. Je hebt het dan niet meer over een lastige bijbeltekst, maar over verschillende visies, waarbij je de indruk krijgt dat de ene tegen de ander uitgespeeld gaat worden. Ik kan me aan beide zijden wel extremen voorstellen, die niet kloppen: de gedachte dat de belofte alleen al het heil geeft, zonder geloof of toe-eigening tegenover het krachteloos maken van de belofte omdat de bekering (nog) niet aan alle ooit geformuleerde kenmerken voldoet. Zelf zie ik geen tegenstelling: in het verbond doet God de oproep tot bekering en in de bekering leer je vertrouwen op de beloften van Gods verbond.

Je kunt dit ook uitwerken in een lange artikelenreeks, maar het ging mij om het methodische punt: als we belijden dat de Bijbel Gods Woord is, betekent dit dat er weliswaar een veelheid aan menselijke schrijvers is, maar dat God in hen en door hen zijn eenduidige boodschap laat klinken. Je kunt bij die lastige teksten de ene uit het Oude Testament niet tegen de andere uit het Nieuwe Testament uitspelen, je kunt ook niet in wat je van de Bijbel begrepen hebt het ene begrip tegenover het andere stellen.

Een beperkte blik

Waar ik wel achterkom, bij dit soort vermeende tegenstellingen, is mijn beperkte blik. Mijn leven lang kan ik bezig zijn met Gods openbaring die enerzijds aan duidelijkheid niets te wensen overlaat, maar anderzijds ook elke keer verrast door dingen die tot nu toe onduidelijk waren, of die je gewoon niet opgevallen zijn. Dat maakt bescheiden en prikkelt des te meer om niet alleen bij de bekende stukjes uit de Bijbel te blijven, die passen bij mijn keurige burgerlijke opvattingen, maar juist bezig te gaan met die lastige teksten.1

Assen, Jan Kuiper

1. Over lastige teksten zie de rubriek daarover op www.trouw.nl. Reinier Sonneveld schreef over weerbarstige teksten zijn boek Jutten, Amsterdam 2005.