ARTIKEL UIT Kerkbode








nummer


1

datum uitg.


7-JAN-2007

thema


Rondom de preekstoel vlgnr 1


Het nieuwe Gereformeerde Kerkboek 2006 (1) - J.T. Oldenhuis

Een mijlpaal

Het nieuwe jaar begint met een opmerkelijk feit: in vele gemeenten zal de overgang van het ene jaar na het andere een aanleiding zijn om de overgang te maken naar het pas verschenen nieuwe Gereformeerde Kerkboek. En dat is best wel iets om even bij stil te staan. Want een kerkboek is zoveel als een visitekaartje voor een kerkelijke gemeenschap.



Dat geldt zeker voor ons als Gereformeerde Kerken (v), omdat we gekozen hebben voor een heel eigen kerkboek, waarmee we in de kring van de protestantse kerken helemaal alleen zullen komen te staan. We hebben slechts een selectie uit het Liedboek overgenomen. Dat betekent afstand tot de Protestantse Kerk van Nederland. En ondanks het overleg met de Christelijke Gereformeerde Kerken (bijvoorbeeld over de tekst van verschillende formulieren) blijven er grote verschillen. Denk alleen maar aan de verschillende selecties uit het Liedboek. Ook ten overstaan van de Nederlands Gereformeerde Kerken zullen we ons met dit eigen kerkboek profileren. Een kerkboek bepaalt meer de sfeer van een kerkdienst dan de invoering van een nieuwe bijbelvertaling! We hebben er met elkaar als kerken voor gekozen een eigen weg te gaan. Dat brengt de verplichting mee, dat er dan ook iets geproduceerd wordt, dat de toets kan doorstaan. De pretentie, het beter te kunnen dan anderen, zal tenslotte op het resultaat worden afgerekend. Het is dus zaak om de ontwikkelingen bij te houden.

Tussenstap

Het volledig kerkboek zal niet alleen de te gebruiken bijbelvertaling bevatten, maar daarnaast ook de volledige psalmberijming, alle te gebruiken gezangen, plus de belijdenisgeschriften en het hele complex van liturgische teksten: de orden van dienst, formulieren en gebeden. Daar hoort al heel lang in het gereformeerde kerkboek ook het Kort Begrip bij en sinds een aantal jaren als bijzonderheid voor onze kerken ook nog de volledige kerkorde. Zeg mij wat voor kerkboek u gebruikt (en vooral hoe u dat gebruikt!) en ik zal zeggen wat voor kerk u bent!
Het Gereformeerd Kerkboek 2006 is nog maar een tussenstap. Het is dan ook niet volledig. Het is eigenlijk alleen maar een bundeling van de psalmberijming plus gezangen (met uitzondering van de liedboekliederen!) en liturgische geschriften die in de loop van de laatste tien jaar zijn vrijgegeven voor kerkelijk gebruik. Er wordt op gekoerst, dat we in 2011 kunnen overgaan tot de vaststelling van een definitieve tekst van het nieuwe kerkboek. Dat is dus pas over vijf jaren. We zitten nu nog midden in de ontwikkeling. Velen zullen er al moeite mee hebben gehad om het allemaal bij te houden. En we moeten er rekening mee houden, dat er binnen nu en 2011 nog weer wijzigingen, uitbreidingen en/of toevoegingen zullen komen. Deze voorlopige bundel geeft ons beter zicht op wat we totnogtoe hebben gedaan, waar we nu zijn uitgekomen en waar we naar toe werken. De contouren van ons definitieve kerkboek worden echt zichtbaar. Je kunt overigens net zo goed zeggen: het duurt nog maar vijf jaren en dan is ons visitekaartje compleet. En hoe zal dat er dan gaan uitzien? Ik wil er in een paar artikelen iets over schrijven. Het lijkt me wenselijk en zelfs noodzakelijk, dat we op tijd brede aandacht aan de ontwikkelingen geven, opdat we niet voor verrassingen komen te staan aan het eind.

De puzzel der afkortingen

Het is mooi dat we nu een volledige psalmberijming, plus de verschillende verzamelingen gezangen en liturgische zangen en teksten bij elkaar in één boekje tot onze beschikking hebben. We hadden immers tot nog altijd nodig het kerkboek 1986 met de psalmberijming en de 41 gezangen. Sinds we ook een selectie van liedboekliederen mochten zingen, hadden we daarnaast een Liedboek nodig in de originele oranje uitgave of in het apart voor onze kerken uitgegeven groene boekje.
Toen de synode van Zuidhorn 2002 een selectie van 90 liederen voor gebruik in de kerken vrijgaf, kwam daar een derde boekje bij. Dat waren liederen uit een heel aantal andere bundels, en er waren ook 35 geheel nieuwe liederen bij, die waren aangedragen uit de kring van de eigen kerken. Ze werden gepubliceerd in een apart boekje: de Negentig Gezangen. Vervolgens kregen we het Liturgisch Katern met o.m. alternatieve teksten van formulieren en een aantal liturgische gezangen. De laatste synode (Amersfoort-C 2005) gaf nog weer een aantal liederen vrij (49), die merendeels helemaal nieuw waren. Ze waren nauwelijks toegankelijk: we hadden ze wel, maar we hadden ze tegelijk ook weer niet. Ze stonden in de Acta van de Synode en je kon ze hooguit een keer zingen, als ze op de beamer werden geprojecteerd. Je moest al vijf boeken en bundeltjes meenemen naar de kerk en dan had je dus nog niet eens alles! De afkortingen op de psalmbordjes PS, GEZ, LB, NG en LK kregen iets van een kruiswoordpuzzel voor ingewijden en brachten elke gast in verwarring. Wilden we die laatste 49 liederen ook nog eens zingen, dan moest er dus een zesde boekje bij. Er is, begrijpelijk, gekozen voor een uitgave van al deze gezangen samen in één nieuw kerkboek. Ze bevat nu 182 gezangen (de 41 van 1986, plus de 90 van 2002 en de 8 van het Liturgische katern en de 49 van 2005, door samenvoeging van een aantal nummers komt de telling uit op 182).

Geen terugkeer van de tijd van Kortjakje

We zullen echter nog wel steeds twee boekjes moeten meenemen naar de kerk.
Want voor de liedboekliederen blijven we aangewezen op het Liedboek zelf. De eigenaar van het Liedboek heeft nog steeds geen toestemming gegeven om een selectie van de gezangen in een aparte uitgave te laten verschijnen en evenmin mag die worden opgenomen in een ander kerkboek. Ook projectie via de beamer is niet zonder meer toegestaan. Het nieuwe kerkboek bevat dus geen enkel liedboeklied. De tijd van Kortjakje, die op zondag kon volstaan met haar ene kerkboek, komt niet terug! Intussen kunnen we met dit kerkboek in de hand wel aardig goed de procedure rondom de liedboekliederen in kaart brengen en kunnen we ons ook al wel enige voorstelling maken, welke liedboekliederen we in 2011 zullen gaan gebruiken.

Materiaal

Ik vermoed dat maar weinigen beseffen, hoeveel werk er in de loop der jaren verzet is, voor dit punt bereikt kon worden. Ik denk aan de vele rapporten die op de vele synodes gediend hebben. En aan het materiaal dat door het Steunpunt Liturgie in de loop der jaren is uitgegeven. En dan al de publicaties van boeken en artikelen in onze kerkelijke pers! Wat een hoeveelheid studie! Jammer genoeg is veel ervan haast alleen maar toegankelijk voor ingewijden! Wie beschikt nog over alle rapporten, en er zijn zulke bijzonder goede verschenen! Wie verwerkt alle discussies op de diverse synodes? En denk ook eens aan de voortreffelijke rubriek ‘Lied van de week’ in De Reformatie. Nu al vier jaar lang worden er regelmatig artikelen gepubliceerd, waarin zeer deskundige bespreking wordt gegeven van de achtergrond, de geschiedenis, de auteurs van de diverse nieuwe gezangen alsmede zeer behartigenswaardige opmerkingen gemaakt worden over de melodieën. Ik zou het zeer toejuichen als deze artikelen ter beschikking gesteld konden worden via internet of dat ze ooit in gebundelde vorm kunnen worden uitgegeven. Ook is rondom de aanvaarding en de verdediging van de geselecteerde liedboekliederen een dik dossier ontstaan vanwege de vele bezwaren die ingebracht werden bij diverse synodes. De laatste synode (Amersfoort C - 2005) heeft nog weer een lange brief geschreven, waarin de bezwaren tegen niet minder dan 14 liederen uitvoerig worden weerlegd. Wie zou dat materiaal eigenlijk kennen, laat staan gebruiken? Ja, wat een inspanningen! Ik denk dat degenen die rechtstreeks bij dit project betrokken zijn, een zucht van verlichting hebben geslaakt bij deze mijlpaal. En de studies en handreikingen gaan nog maar steeds door. Ik verwijs graag naar de publicaties uit de kring van de ‘Vereniging van Gereformeerde Kerkorganisten’ met hun blad ‘Eredienst’, waarin over heel wat meer dan alleen maar de muzikale kant van het kerkboek wordt geschreven. Het is hét informatieblad voor liturgie en kerkmuziek in onze kring en het zou uitermate te betreuren zijn, als aan hun deskundige inbreng geen brede aandacht zou worden gegeven. Ik verwijs ook naar het materiaal dat door het ‘Steunpunt Liturgie’ namens de ‘Deputaten Kerkmuziek’ en ‘Deputaten Eredienst’ wordt verstrekt. Een aantal jaren geleden verscheen ‘Tussen Leusden en Zuidhorn’, Presentatie 121 Gezangen. Ter gelegenheid van dit nieuwe kerkboek is een ‘Notitie over het Gereformeerde kerkboek’ verschenen, die door ieder van het internet kan worden gehaald en anders rechtstreeks kan worden besteld bij Mw. A. de Heer-de Jong, Meerdonk 16, 3823 AM Amersfoort of via www.gkv.nl Ik raad ieder aan die ‘Notitie’ op te vragen.
Ik zal in deze artikelen op verschillende onderdelen van het kerkboek ingaan. In dit artikel beperk ik me tot de psalmberijming. In volgende artikelen zal ik breder ingaan op de gezangen en de liturgische teksten. In een slotartikel hoop ik dan enkele evaluerende opmerkingen te maken.

De 150 psalmen

Het kerkboek opent met de berijming van de 150 psalmen. Die afdeling bevat niets nieuws: het is de berijming die we sinds 1986 gebruiken. De ouderen zullen zich de gang van zaken nog wel herinneren. Voor de jongeren haal ik even enkele punten op. In 1986 hebben we na veel discussies besloten om een eigen weg te gaan. Er is wel voor gepleit om de psalmberijming van het Liedboek integraal over te nemen. Dat stuitte op bezwaren. We wilden wel een selectie daaruit overnemen. Maar dat werd aanvankelijk niet toegestaan door de Stichting die beschikte over de auteursrechten. Toch kwam op het allerlaatste moment een opening. Zo zijn er 48 psalmen uit het Liedboek in ons kerkboek terecht gekomen. Het nieuwe kerkboek geeft daarvan de volledige lijst op blz. 890.
Ik vraag me vaak af, of we ons er met elkaar wel van bewust zijn welke psalmberijmingen wel en welke niet uit het Liedboek stammen? Zou het niet goed zijn om die 48 nummers eens in ons kerkboek te voorzien van een merktekentje? En zou het ook niet goed zijn om eens te turven hoe vaak we juist die berijmingen gebruiken? En zouden we dan daarnaast ook niet eens wat meer onze eigen berijmingen met die van het Liedboek moeten vergelijken? We hebben allemaal een liedboek tot onze beschikking. Dat hebben we immers nodig om de daaruit geselecteerde gezangen te zingen. En dat blijft ook zo. We kunnen dus heel gemakkelijk vergelijkingen maken. Zouden we ons ook niet eens (meer dan ik vermoed dat er momenteel gebeurt), moeten afvragen, of de door ons gekozen berijmingen echt beter zijn dan die van het Liedboek? Dat moet immers toch wel het geval zijn, als we zo duidelijk kiezen voor een eigen weg. In 2011 moet er een definitieve beslissing vallen over het hele kerkboek, waardoor de samenstelling van het kerkboek voor jaren zal worden vastgelegd. Zou er nog de mogelijkheid zijn om wat meer berijmingen of zelfs alle uit het Liedboek over te nemen? Dat betekent wel openbreken van een afgesloten discussie. Als er in het Liedboek berijmingen aangetroffen worden die bij nader inzien toch beter zijn, zouden we deze mogelijkheid m.i. toch moeten overwegen.

Zingen we alle psalmen?

Ik maak een opmerking over het gebruik van de psalmberijming. Toen we bezig gingen met de uitbreiding van de gezangen, werd meerdere malen de opmerking gemaakt, dat het zingen van meer gezangen niet mocht leiden tot het minder zingen van psalmen. Het was ietwat irrealistisch uiteraard: want ieder kon weten dat door de uitbreiding van het aantal gezangen er vast en zeker ook meer gezangen zouden worden gezongen in onze kerkdiensten. Maar het aantal keren dat we in een kerkdienst zingen, zou even vast en zeker geen grote uitbreiding ondergaan. Dus zouden er altijd minder psalmen gezongen worden. Zou er wel eens ietwat systematisch gewerkt worden aan het gebruiken van alle psalmen? Is het niet altijd nog afhankelijk van de predikant? En blijft het, ondanks alle goede aanzetten tot verandering, niet nog altijd bij het zingen van versjes in plaats van het zingen van (hele) psalmen? Calvijn liet in een half jaar alle 150 psalmen zingen. Dat was verdeeld over drie diensten per week. Jan Smelik schrijft in zijn boek De Lof op Gods lippen, dat dat moet zijn neergekomen op 30 coupletten per dienst (pg. 98). En dan ging het ook nog merendeels om onbekende liederen in het begin! Hij vermeldt ook, dat tot ver in de 17e eeuw de psalmen 1-150 in volgorde gezongen werden (pg. 109). Je begon in een dienst waar je de vorige keer gebleven was. Ik citeer van hem de volgende zinnen: “Het is niet voldoende wanneer je alle 150 psalmen in je kerkboek hebt staan. Het komt er vooral ook op aan, dat we het psalmboek in onze liturgische praktijk niet naar onze hand zetten. Want ook de kerken die netjes alle 150 psalmen in hun kerkboek hebben staan, kunnen het psalmboek inhoudelijk naar hun hand zetten. Ze kunnen door selectief met het psalmboek om te gaan bepaalde aspecten naar de achtergrond verdringen. En mogelijk gebeurt dat geruisloos, onbewust en onbedoeld” (pg. 110).

Ik ben mij er goed van bewust dat ik hier raak aan een heikel onderwerp. Er is al zovaak geschreven over het 'versjes-zingen' in plaats van het zingen van de psalmen. Er is ook al meerdere malen geschreven over de moeite die er soms gevoeld wordt bij het zingen van bepaalde (delen van de) psalmen. Dat los ik met een paar verwijzingen naar Jan Smelik niet eventjes op. Maar ik denk dat het terecht is, als er op gewezen wordt, dat we ons psalmboek heel selectief gebruiken en bijna altijd versjes zoeken bij de gelegenheid of bij de preek. En dat kan leiden tot wonderlijk gebruik. Soms eerst vers 5 en vervolgens vers 4, of - wat ik ook eens meemaakte, vers 4a en 5b. Wat zou een dichter er van vinden als zijn gedicht op die manier verhaspeld werd? En dan gaat het bij de psalmen ook nog over een gedachtegang en een opbouw waarvan wij met de mond belijden, dat die ingegeven zijn door de heilige Geest. Achter al zulk gebruik gaat altijd een opvatting schuil over de zang van de gemeente, over het gebruik van psalmen, over het geheel van een liturgie, die we ons soms nauwelijks bewust maken.

Ik laat het eerst hier bij. Er staat nog veel meer in dit kerkboek. In een volgend artikel wil ik graag iets kwijt over de gezangen.

J.T. Oldenhuis