ARTIKEL UIT Kerkbode








nummer


41

datum uitg.


29-OKT-2004


Kerk als randversiering - J.P. van der Wal

In het blad Confessioneel doet G.W. Marchal verslag van een reis naar Canada. De inhoud spreekt voor zichzelf.


Wij waren onlangs in West-Canada. Een land waarin de afstanden je duizelig maken, de rust en de ruimte een heilzame uitwerking hebben en de schoonheid van de natuur onvergetelijk is. In de omgeving van Vancouver, een wereldstad in de provincie Brits-Columbia, bezochten we Minton Garden, een tuin, indertijd aangelegd door mijnheer Minton, liefhebber en kenner van bloemen en planten, struiken, kortom: van alles wat is en leeft. Na zijn dood is deze tuin bewaard gebleven. Minton Garden is een prachtig park, een paradijs van bloeiende planten, vijvers, gazons, een oase van rust.

Dwalend in deze tuin zag ik een plek met stoelen en tafels, waar keurige mensen druk in de weer waren. Straks zou er een receptie worden gehouden. Het bruidspaar dat werd verwacht zag ik bij het verlaten van de tuin aankomen. Wat mij opviel bij die plaats van de receptie was een wit kerkje op enige afstand. Er waren deuren en een klok in de toren, maar het grondvlak was zo klein dat je er nauwelijks met twee mensen in kon staan. Ik vroeg iemand om tekst en uitleg. Waarom dit kerkje en waarom deze afmetingen? Wat mij verteld werd, was duidelijk. Op deze plek komen bruidsparen die toch iets met de kerk hebben. Zij laten zich fotograferen bij de geopende deuren. Op dat moment luidt de klok en klinkt er orgelmuziek. ’t Is allemaal net echt, maar in werkelijkheid is het een randversiering. Je loopt naar de kerk, je hoort allerlei oude, misschien wel vertrouwde klanken, de deuren gaan open, maar je hoeft niet naar binnen. Dat kan trouwens moeilijk, want er is hoegenaamd geen ruimte.

Ik ging toch wel een beetje triest naar de uitgang van de tuin. Ik vroeg me allerlei dingen af, die ik probeer te benoemen. Wrang vind ik vooral dat alles echt is in die tuin, geen namaak, geen kunst als kitsch, maar de mensen doen alsof, spelen toneel.

Wat stelt de kerk voor in het leven van mensen? Daarmee verbonden: wat stelt het Evangelie voor, het Woord van God en het geloof in God? Ik weet dat je over het innerlijk van een mens niet mag oordelen. Een oude taal, het Latijn, indertijd internationaal gesproken en vooral geschreven, zoals het Engels nu, van het kernachtig samen in vier woorden: de intimis non indicatur, dat is: over innerlijke drijfveren wordt niet geoordeeld. Die waarheid blijft gelden, maar je mag elkaar wel bevragen over de dingen die naar buiten komen en die toch wel uitdrukken wat je innerlijk, misschien wel: ten diepste bezig houdt. Als dat niet mag, heb je geen enkele boodschap aan elkaar en vaar je aan elkaar voorbij als schepen in de nacht. Ik weet ook dat de kerk en de Bijbel en God niet met elkaar samenvallen, maar ook hier geldt: vragen staat en maakt vrij, mits de intentie zuiver is.

De levende God is groot, te heilig om als randversiering te dienen in ons leven. De oude professor Gunning, honderd jaar geleden gestorven, schreef terecht en terzake: de God van wie de Bijbel getuigt, kan tot niets dienen: alles moet Hem dienen! Deze God maakt zich bekend in en door zijn Woord. Het hart van dat Woord is de gestalte van Jezus Christus, van wie we mogen zeggen, vooral ook zingen: sprekend God! Dit Woord vraagt gehoor en gehoorzaamheid. Het wil, met een uitdrukking van een andere voorganger en leermeester, professor A.A. van Ruler, vervoegd en verbogen worden in alle tijden en wijzen van het menselijk bestaan, ook in de samenleving van mensen. Waar en wanneer dat niet helemaal gebeurt, gebeurt het helemaal niet. De levende God wordt dan ingewisseld voor een eerste of laatste hulp bij ongelukken. Een randversiering, die in wezen niets voorstelt. De kerk is de plaats bij uitstek waar het Woord van God centraal staat. Niet een selectie van stukken die ons aangenaam in de oren klinken of in onze kraam te pas komen. Ook de woorden die ons niet liggen, die weinig of niets van ons over laten. Geloven in God betekent afzien van jezelf en uitzien naar Hem. Hij zelf is de weg van het kruis gegaan. De genade is wel gratis, maar niet goedkoop. Dat kerkje in Minton Garden is een schijnvertoning. Het valt volstrekt uit de toon. Niet alleen uit de toon van alles wat daar groeit en bloeit, maar ook en vooral uit de toon van het heilig Evangelie.

Leek, J.P. van der Wal