ARTIKEL UIT Kerkbode








nummer


1

datum uitg.


9-jan-2009


Een functie naast de ambten is steeds vaker nodig
De plaats van de kerkelijk werker - N. Kemps-Stam


In het Nederlands Dagblad van 2 januari jl. werd aandacht gevraagd voor een probleem waar veel protestantse kerken mee te maken krijgen: een predikantentekort. De na-oorlogse generatie (babyboomers) gaat binnenkort met emeritaat. Voor de vrijgemaakte kerken zou dat betekenen dat een kwart van de gemeenten vacant raakt. Cees de Ruijter, rector van de Theologische Universiteit, ziet naast zorg hierover wel een oplossing: “De taken die vroeger alleen de predikant had, kunnen steeds vaker door kerkelijk werkers en anderen worden opgepakt.” Jetze Muurling, kerkelijk werker in Groningen-Zuid, zet daar wel een kanttekening bij.



Pastoraat door predikanten en kerkelijk werkers

Deze groep neemt een aparte positie in. Predikanten en kerkelijk werkers zijn onderling ook niet helemaal gelijkwaardig. Wij scharen beide onder de groep professionele krachten. Zij hebben zich door hun opleiding (extra) bekwaamd voor het pastorale werk. In veel gevallen zullen de professionals zich met de 'diepere nood' bezig houden. Hun werk bestaat uit een intensieve begeleiding van de aan hun zorg toevertrouwde mensen. Daarnaast kunnen zij ook anderen begeleiden en toerusten in hun pastorale taak, b.v. door cursussen te geven. De taak van kerkelijke werkers kan gericht zijn op een bepaalde categorie gemeenteleden (b.v. mensen met psychische moeiten, jongeren, ouderen).
Een predikant is altijd ook ambtsdrager. Daarmee heeft hij (samen met de ouderlingen) een leidinggevende taak. Een kerkelijk werker wordt soms als ouderling in het ambt bevestigd. (bron: GKV nieuwsbrief)

Onderscheid

Is de kerkelijk werker in het leven geroepen uit behoefte de predikant te ontlasten, m.a.w. hoe is deze beroepsgroep ontstaan?
Het ontstaan van de ‘figuur’ van kerkelijk werker in Groningen Zuid had met verschillende zaken te maken. Ten eerste de meervoudige complexiteit van situaties in het pastoraat. Men vroeg zich af of de ‘gewone’ ambtsdrager de ingewikkelde situaties nog wel kon ‘behappen’ (kwalitatief aspect). Te denken valt aan situaties rond geestelijke, relationele, sociaal-emotionele en arbeidsgerelateerde problematieken.
Daarnaast waren er problemen rond de invulling van de ambten. Hoe langer hoe minder ambtsdragers deden hoe langer hoe meer werk (kwantitatief aspect).
En tenslotte speelde de destijds aanwezige gaven in de gemeente een rol (complementair aspect).

Hetzelfde geldt denk ik ook wel voor de landelijke situatie. Met name het kwalitatieve aspect: hoe kunnen we op meer specialistische onderdelen de gemeente van Christus beter bedienen.
Hoe kunnen we professionaliteit verbinden aan de vragen en problemen die er nu leven binnen de gemeente. Denk aan allerhande vormen van jeugdwerk-pastoraat, vragen rondom gemeenteopbouw (grootschaligheidproblematiek), tegenwoordig ook vragen rondom missionair gemeente-zijn.
Maar natuurlijk heeft de ontwikkeling van deze functie ook alles te maken met het lastiger werven van ambtsdragers en het probleem van vermindering van predikanten.
Soms wordt in het kader van predikantvacatures gezocht naar een tijdelijk invulling van b.v. het pastoraat door een kerkelijk werker. Of wordt van de gelegenheid gebruik gemaakt door zich te bezinnen op een visie op de ‘professionele’ bearbeiding van de gemeente.
Soms ook spelen financiŽle argumenten een rol bij de overweging een kerkelijk werker aan te stellen. In dat geval is het risico natuurlijk wel aanwezig dat de kerkelijk werker een vervanger voor een predikant wordt. Het is dan ook een situatie die mijn voorkeur niet heeft.
We kennen de huidige discussie rondom de HBO geschoolde theoloog versus de universitair geschoolde theoloog. Dit blijft een belangrijk onderscheid wat mij betreft. De HBO theoloog als de meer gespecialiseerde werker op deelterreinen van het kerkelijk erf, die in staat is om visie en beleid te vertalen naar daadwerkelijke vormgeving daarvan. De Universitair geschoolde theoloog als de meer breed opgeleide werker die op basis van zijn kennis en inzicht in de ‘talen’ vanuit het ambt ‘leiding geven aan de gemeente’ gestalte kan geven.

Beroepsgroep

Weet jij iets te vertellen over de eerste kerkelijk werker in de vrijgemaakte kerk?
Het is niet helemaal duidelijk wie dat is. Het is mijn persoontje of nog iemand anders in het oosten van het land. Ik ben in elk geval ťťn van de eerste door een kerkenraad aangestelde kerkelijk werker in de GKv. Binnen de PKN en ook de CGK is deze figuur al langer bekend.
Op basis van een profiel van de gemeente, een profiel van de ambtsdragers, onderzoek naar wat er binnen de gemeente van belang is te doen, is destijds (01-09-1999) gekozen voor een pastoraal werker die zich richt op het bijzondere pastoraat, en toerusting van ambtsdragers. Met bijzonder pastoraat wordt dan bedoeld dat de pastoraal werker ingezet kan worden in die situaties waarin sprake is van geestelijke, relationele, sociaal-emotionele en psychische nood. Hij is hierbij geen oplosser of therapeut, maar de pastor. Dus naast eventuele vormen van hulpverlening krijgt het pastoraat vorm. Dit door de situaties te betrekken op je positie als kind van God en als lid van de gemeente.

Vanwege de groei van onze gemeente, zijn wij per direct op zoek naar een kerkelijk werker (0,5 fte) die ons met name komt ondersteunen op het terrein van het jeugdwerk, de toerusting van huiskringen en het geven van catechisaties. (vacature kerkelijk werker Assen/Kloosterveen)

In 2000 is het Landelijk Platform voor Kerkelijk Werker opgericht. Hoeveel leden waren er toen? Het platform was in eerste instantie bedoeld voor ontmoeting en het delen van ervaringen. Hoe heeft zich dat in negen jaar ontwikkeld?
Op een Zwols terras raakte ik met een collega uit Amsterdam (zij was toen gedetacheerd door de St. De Driehoek in de kerkelijke gemeente van Amsterdam) in gesprek over ons werk. Het werk had een groot solo-gehalte en het was natuurlijk nog een pioniersbeweging. We zijn op zoek gegaan naar collega’s en zo ontstond langzamerhand het Landelijk Platform voor Kerkelijk Werkers. Ik ben daar voorzitter van. Het LPKW ontwikkelt zich hoe langer hoe meer tot een beroepsvereniging. We richten ons - naast ontmoeting - op deskundigheidbevordering in de vorm van landelijke bijeenkomsten, waarbij we sprekers uitnodigen om ons te ‘leren’ over diverse onderwerpen. We zijn daarnaast ook verdeeld in regionale groepen die als intervisiegroepen functioneren. Dit geeft gelegenheid om op een meer persoonlijk niveau elkaar te ondersteunen bij allerlei zaken die we in ons werk tegenkomen.
Op dit moment hebben we zo’n 21 leden. De groep groeit gestaag maar zeker. Naast kerkelijk werkers uit de GKv doen ook mensen uit de CGK mee. Een beroepsvereniging kenmerkt zich ook door het maken en onderschrijven van een beroepscode, en zaken op het gebied van klachtrecht.
Naast deze activiteiten zijn we ook gesprekspartner van b.v. onderwijsinstanties als de Geref. Hogeschool te Zwolle, opleiding Godsdienst pastoraal werk, deputaten kerkrecht, SKB etc.

Hoe heeft de synode al die jaren op de kerkelijk werker gereageerd?
De synode heeft in de betrekkelijk jonge ontwikkeling van deze functie inmiddels positief gereageerd en uitgesproken dat deze functie, naast andere functies en ambten, een welkome aanvulling is in het werk in de kerk. Dit wordt door de groep kerkelijk werkers als positief en ondersteunend ervaren. Minder gelukkig was ik met een deeluitkomst van de laatst gehouden synode, waarbij middels de krant gemeld werd dat de kerkelijk werker nu ook zou mogen preken. Het gaf de suggestie of dit een ultieme wens zou zijn van kerkelijk werkers. Natuurlijk zijn er individuele werkers die dit ambiŽren. Maar in het algemeen is dit niet wat wij onder het profiel van een kerkelijk werker zouden willen verstaan.
Daarnaast is het wel goed om te noemen dat er op de opleiding aandacht komt voor het homiletisch aspect. Al is het maar dat kerkelijk werkers net als ‘anderen’ natuurlijk wel mogen spreken op rouwbijeenkomsten, of andere gelegenheden. Ook valt te denken aan het houden van meditaties in bijvoorbeeld zorgcentra’s.

Solist

‘Een kerkelijk werker is iemand die geen dominee wil worden, maar wel (delen van) zijn werk wil doen.’ Wat is jouw reactie op deze stelling?
Persoonlijk voel ik geen behoefte dominee te worden of delen van zijn ambt te kopiŽren, dan wel over te nemen. Ik zie de kerkelijk werker als iemand die een zelfstandige functie heeft, complementair aan die van een predikant. In mijn situatie doe ik andere dingen dan de predikant met wie ik samenwerk. Natuurlijk overlappen sommige situaties wel eens. Maar in het overleg dat we regelmatig hebben, bewaken we dit en proberen juist te zoeken naar waar we elkaar kunnen ondersteunen. Hij verwijst gemeenteleden naar mij in bepaalde situaties en ik naar hem. Soms ook doen we dingen samen.

Op 1 sept. 2008 is de opleiding Godsdienst Pastoraal werk van start gegaan aan de Geref. Hogeschool in Zwolle. Welke opleiding deed een kerkelijk werker daarvoor? En welke eigenschappen moet hij zelf bezitten voor dit werk?
Het is van belang om te melden dat de deeltijd opleiding al een jaar of zeven draait. De datum waar jij op doelt is de startdatum van de voltijdopleiding. Of anders de dagopleiding.
Zelf heb ik destijds de opleiding bij de Reformatorische Hogeschool te Zwolle gedaan. Dit is eigenlijk de voorloper van de bovengenoemde opleiding. Samen met de OGG opleiding (opleiding voor gereformeerde godsdienstleraren) zijn zij later de opleiding Kerkelijk werker gaan vormen als onderdeel van de Geref. Hogeschool.
Welke eigenschappen een kerkelijk werker moet bezitten? Hij, maar ook zij moet in staat zijn om zelfstandig (vaak behoorlijk ‘solo’) zijn werk uit te oefenen. Inzicht hebben in eigen mogelijkheden, maar ook grenzen kennen.
Flexibel in het werken met ‘vrijwilligers’ binnen een niet-professionele setting. Flexibel in arbeidstijden. Hij/zij moet in staat zijn om geloofswaarden (waar hij/zij zelf ook uit put) over te dragen in allerlei vormen van kerkelijk werk. Dus zelf ook actief en kwetsbaar in eigen geloofsrelatie durven staan.

Kan een kerkelijk werker een fulltime baan krijgen in een gemeente of is hij altijd aangewezen op een parttime baan?
Er zijn op dit moment een aantal kerkelijk werkers fulltime bezig. Het gaat dan vaak om jeugdwerkers. Maar in de meeste gevallen zijn het deeltijdbanen. Of soms ook wel op projectbasis. Het kan b.v. zijn dat een gemeente, bij monde van de kerkenraad, behoefte heeft aan iemand die hen helpt om een visie te ontwikkelen op gemeenteopbouw en deze helpt in te voeren in die gemeente. Het gaat dan om een afgesloten project met een einddatum.
Persoonlijk ben ik wel blij met de deeltijdbaan. Dit om de genoemde soloredenen. Hiernaast heb ik werk waarin ik met groepen en teams kan samenwerken.

Toekomst

Er komt een tekort aan predikanten als de babyboomers opstappen. Denk je dat de kerkelijk werker daardoor uiteindelijk toch gaat preken?
Zo dit al de wens is van kerkelijk werkers of kerkenraden, zou dit wellicht een mogelijkheid zijn. Zoals je uit eerdere opmerkingen kunt opmaken is het niet mijn wens of behoefte.
Ik denk ook niet dat dit de richting van kerkelijk werkers is. De opleiding gaat wel meer aandacht geven aan deze bevoegdheden, al was het maar dat kerkelijk werkers wel ingezet kunnen worden bij allerhande liturgische handelingen. Ik denk ook aan het spreken bij rouwgelegenheden, of anderszins.
Zijn kerkelijk werkers de oplossing als het gaat om het gat op te vangen bij een tekort aan predikanten? Niet alleen en niet in de eerste plaats. Er zal gewerkt moeten worden aan helderheid rondom de inhoud van dit ambt, aan helderheid rondom verwachtingen over het ambt van predikant. Gewerkt moeten worden aan werving van studenten!
Er is niet automatisch sprake van inwisselbaarheid van dit ambt en deze functie naar mijn bescheiden mening.

Hoe zie je de toekomst van de kerken en haar werkers?
Zo, dat is een allesomvattende vraag!
De toekomst van de kerken als bruid van Christus is een rooskleurige, namelijk een bruiloft van bruid en bruidegom. Maar dan hebben we met z’n allen wel te zorgen voor gevulde lampen! Misschien moeten we heel creatief nadenken over allerhande vormen van samenwerken, soms samengaan met andere kerken. Misschien wat minder eigen vaste patronen vasthouden. Hiermee pleit ik niet voor afschaffing van de traditie, want die vind ik waardevol, maar wel qua zingeving gericht op het nieuwe jaar van de Heer, 2009.
We zijn een kleine ‘club’ in het spectrum van kerken in Nederland. Dat leert ons om bescheiden, maar tegelijk ook creatief te zijn waar kansen en mogelijkheden liggen voor gereformeerd geloven vandaag! Er zijn allerhande ontwikkelingen op het gebied van gemeenteopbouw, missiologie (de plaats van de kerk in de stad en/of omgeving) gericht op de verbreiding van Gods Woord. Ontwikkelingen op het gebied van nadenken over uitleg van de Heilige Schrift, ontwikkelingen in het denken over de plek van homofiele broeders en zusters in de gemeente. Ik noem maar wat op. Allemaal spannende zaken die we zeker niet uit de weg moeten gaan! Het gaat immers over geloven vandaag met de winst van onze geschiedenis.

Misschien vraagt dit wel om ook eens kritisch te kijken naar manieren waarop we het tot nu toe hebben georganiseerd in de kerken. Wat is de plek van de ambten en functies, de plek van vrouwen, jongeren. Nogmaals: niet alles hoeft ‘op de schop’ omwille van het nieuwe. Dat is niet zo’n handig motief. Maar wel kritisch kijken of onze ‘ organisatie’ nog voldoet aan de norm van gemeente van Christus zijn in 2009! Zijn woord voor ons en deze wereld, daar gaat het om en nergens anders. Vanzelfsprekend hebben kerkelijk werkers in mijn denken over dit soort processen ook een belangrijk plaats. Het feit dat deze functie bestaat, zegt al iets over een verandering van denken. Een functie naast de ambten is kennelijk hoe langer hoe meer nodig of belangrijk. Denk maar aan de begeleiding van processen als gemeenteopbouw, het in praktijk brengen van goede aandacht voor de jeugd of de vaak meervoudige complexe pastorale situaties. Allemaal zaken waar een kerkelijk werker een goede rol in kan vervullen.
Dus: ja zeker een toekomst! Maar het is wel hard werken.

Nelleke Kemps-Stam