ARTIKEL UIT Kerkbode








nummer


22

datum uitg.


3-JUN-2005


Kort verslag van de classis Groningen




Vergadering gehouden d.d. 28 april 2005
Na christelijke opening en constituering van de vergadering werd eerst afgesproken welke zaken de aprilclassis had te behartigen. Na helderheid daarover werden de notulen van de januariclassis vastgesteld en passeerden enkele stukken zoals de Acta van de PS 2004 en de voorlopige agenda voor de PS 2005 de revue. De afvaardiging van de classis naar de PS Groningen 2005 werd geregeld, zoals deze op 1 juni a.s. zal worden gehouden. Als primi werden de predikanten Alserda en Driest aangewezen evenals de ouderlingen Koster en Wijker. Vervolgens werden hun vervangers benoemd: de predikanten Van der Leest en Van der Sloot en de ouderlingen Geerds en Steenbergen.
De zendingszaken kwamen aan de orde door middel van de kwartaalrapportage van de classisdeputaten waarom aan het zendingswerk de nodige aandacht werd besteed. Een belangrijk punt voor de bespreking op deze classisvergadering was het voorstel om als classis voor het evangelisatiewerk in de stad Groningen een stuurgroep in te stellen en een missionaire werker of predikant aan te stellen. Na brede bespreking bleek iedereen het erover eens dat
1: de missionaire presentie en het verbreiden van het evangelie onder mede-stadsgenoten die God niet (meer) kennen een wezenlijke taak van de kerk is;
2: het de taak van een gemeente als geheel (ieder persoonlijk en allen samen) is om daar invulling aan te geven;
3: het gezien het grote aantal kerken in de stad Groningen van belang is om hierin een gezamenlijk beleid te ontwikkelen en gezamenlijk daaraan invulling te geven, waarbij tegelijk iedere gemeente haar eigen taak houdt.
Daarom viel het besluit om de voorgestelde stuurgroep in te stellen en op de juniclassis 2005 de benoemingen daarvoor te doen. Het tweede deel van de voorstellen, nl. om een missionaire werker of predikant (deeltijds) aan te stellen, ontmoette veel bezwaren. Dit met name vanwege de financiŽle consequenties voor de classiskerken. Dit voorstelonderdeel werd dan ook niet overgenomen van de voorbereidende commissie. Waardering werd uitgesproken voor het werk dat de commissie had gedaan en ook teleurstelling over het feit dat het evangelisatiewerk zo weinig vanuit de gemeenten van de grond komt.
Een ander belangrijke aangelegenheid betrof het verslag over gasten aan het avondmaal vanuit niet-zusterkerken. Daarover was een conferentie gehouden en daar dit onderwerp twee jaar geleden op de classis in bespreking was gekomen, moest een beslissing worden genomen. Op grond van een advies van prof. M. te Velde die op de conferentie dit onderwerp had belicht, werd besloten geen uitspraak te doen, en wel omdat het toelatingsbeleid een zaak is waarover ook de generale synode zich momenteel buigt. Van de zijde van Groningen-Oost werd opgemerkt dat er al een ruimer toelatingsbeleid wordt gehanteerd vanuit de overtuiging dat het om een bevoegdheid van de plaatselijke kerkenraad gaat. Dit riep vragen op. Gewezen werd op het zich houden aan kerkelijke afspraken dan wel daartegen in beroep gaan.
Een aantal visitatierapporten werden uitgebracht in een vertrouwelijke sessie en de vergadering kon na afhandeling van alle andere gebruikelijke punten die geen bijzonderheden opleverden, dezelfde avond worden besloten met dankgebed aan de Here.

Namens de classis,
Ds L.J.Joosse, assessor e.t.