ARTIKEL UIT Kerkbode








nummer


48

datum uitg.


21-DEC-2007


Geen plaats in eigen vaderstad? - H. Venema
De onmogelijkheid van Lucas 2 vers 3 & 7


In IndonesiŽ vieren de christenen Kerstfeest evenals wij. Ze doen het alleen veel uitbundiger: van begin december tot half januari houden ze de ene na de andere herdenking van Christus’ geboorte.



Dat gebeurt ook in onze zusterkerken op het eiland Sumba. Daar viert men het Kerstfeest in wel heel andere omstandigheden dan wij gewend zijn. Willen wij graag een ‘witte Kerst’ met sneeuw en ijs, zij hopen op een ‘groene Kerst’ met veel regen. Frisgroene akkers en sawahs, dat is hun Kerstsfeer. Maar dat is niet het enige verschil. Door de grote cultuurverschillen beleven zij dezelfde ‘dingen’ inhoudelijk heel anders dan wij.

Op een van mijn LITINDO-bezoeken aan de kerken op Sumba gaf ik aan de studenten van de Theologische School een serie lessen over het vak Elenchtiek. Dat is het onderdeel van de zendingswetenschap waarin het gaat over hoe de wereld moet worden overtuigd van zonde en hoe andere godsdiensten moeten worden weerlegd. We raakten aan de praat over de verering van de Sumbanese voorouders - de marapu - in hun paraingu (stamdorpen) en over de positie van die stamdorpen in de Sumbanese leefwereld. Die discussie bracht ons bij de Sumbanese bijbelvertaling. In Lucas 2: 3 - het ‘Kerstverhaal’ - wordt namelijk datzelfde woord paraingu gebruikt voor ‘eigen stad’. Jozef gaat van zijn kotaku (woonplaats) Nazaret naar zijn paraingu (stamdorp) Betle≠hem. Maar wat wordt nu precies met zo’n stamdorp bedoeld? En kun je dit woord eigenlijk wel gebruiken in de Bijbel? Nu, aan dit probleem heeft dr. L. Onvlee, die al voor de Tweede Wereldoorlog als zendingswerker op Sumba diende, in zijn boek Cultuur als antwoord een hoofdstuk gewijd.

In Lucas 2 lezen we dat Jozef met Maria naar Betlehem gaat om zich daar naar het bevel van keizer Augustus te laten inschrijven. Waarom zij niet in Nazaret blijven maar naar Betlehem gaan wordt door Lucas duidelijk uitgelegd: Betlehem is de stad van David en Jozef stamt uit het huis en het geslacht van David. Betlehem is dus zijn ‘vaderstad’. Jozef gaat terug naar zijn wortels, de plaats waar zijn familie oorspronkelijk vandaan komt. Daar wordt dan de beloofde Zoon van David geboren, in een stal, omdat in het nachtverblijf van de stad geen plaats was.

Om nu eerst bij onszelf te beginnen: wat voor belang hechten wij aan de stad of het dorp waar wij oorspronkelijk vandaan komen? Het komt bijna niet meer voor dat opgroeiende kinderen blijven wonen in hun geboorteplaats. In een samenleving waarin mensen om de vijf ŗ tien jaar verhuizen, waarin de arbeidsplaats steeds vaker een andere is dan de woonplaats (forensen: wonen in Winsum of Zuidlaren, werken in Groningen), hebben wij geen binding meer aan een ‘vaderstad’. Zo is onze leefwereld anno 2007. Prima, zolang we maar niet die leefwereld van ons projecteren op die van anderen elders, vroeger (Jozef en Maria) of nu (Sumbanezen). En juist dat doen we maar al te gauw, zonder erbij na te denken. Haast als vanzelf menen we dat alles wat wijzelf gewoon vinden ook elders gewoon is (of moet zijn). Wanneer wij geen waarde hechten aan onze geboorteplaats, vinden we het gek dat een ander dat wel doet. Wat doen wij? Als vanzelf passen we de reis van Jozef en Maria naar hun familiestad in in onze eigen voorstellingswereld. We lezen dat zij naar Betlehem gaan. We lezen ook over een vol≠geboekte herberg en over een stal, maar we hechten daaraan verder geen betekenis, behalve dat we het vernederend vinden voor Jezus, de Zoon van God. We denken meteen aan onze vakantie: buiten je woonplaats ben je aangewezen op een hotel of een camping. De vraag of er dan geen familie van Jozef in zijn vaderstad ≠woonde, waar ze gastvrij zouden worden ontvangen, komt niet eens bij ons op. Dat staat zover van ons bed.

Maar punten die ons niet eens opvallen, zijn voor Sumbanezen juist van essentiŽle betekenis. Lees de eerste reactie van een Sumbanees vanuit zijn voorstellingswereld bij het lezen van Lucas 2: “Wat? Geen plaats in de herberg? Hoezo herberg? Wat hebben ze daar te zoeken? Ze gaan toch naar hun vader≠stad? Daar is dan toch automatisch plaats voor hen in het familie≠huis?” Voor Sumbanezen is er een wereld van verschil tussen je kotaku (je woon- of verblijf≠plaats) en je paraingu (je stamdorp). Dat stamdorp is van wezenlijk belang, want daar liggen je wortels. Daar komen alle lijnen van je geslacht bij elkaar. Daar kom je vandaan, daarheen ga je terug. Daar staat je familiehuis. Daar is je thuis! En daar is dus ook de plek voor een waardige geboorte van je kind. Het is voor een Sumbanees onbegrijpelijk, dat er in zijn ‘eigen stad’ geen plaats voor Jozef was. Dat hij plek zocht in een herberg en moest bivakkeren in een stal: dat is onbestaanbaar. Dat er in die paraingu een herberg was, is al gek. Voor buitenstaanders is helemaal geen plaats: die worden weggestuurd. Volgens de Sumbanese leefwereld klopt de geschiedenis van Lucas 2 niet. Het is ťťn van tweeŽn: Wanneer Jozef echt een afstammeling van David is (vs. 3-4), dan is er automatisch plaats voor hem in Betlehem. Maar als er geen plaats is (vs. 7), dan kan het niet anders, of Jozef is geen Davidide. Die verzen sluiten elkaar uit. Zo simpel is dat.

Zo hebben wij hier in Nederland en de Sumbanese christenen ver weg ieder onze eigen voorstellingswereld, waarbinnen we Jezus’ geboorteverhaal verstaan. Wij hechten niet veel betekenis aan de kwestie ‘vaderstad en herberg’. Voor de Sumbanezen is dit echter een wezenlijke zaak, een punt van veel discussie. Er moet dus, zowel bij hen als bij ons, veel worden uit≠gelegd. De heilshistorische betekenis van de reis van Jozef en Maria moet voor ons allemaal duidelijk zijn (Jezus is Davids beloofde Zoon). Maar daarnaast moet ook helder worden dat de ‘eigen stad’ van Jozef niet mag worden geÔnterpreteerd vanuit onze ‘context’. Betlehem is niet gelijk aan onze ‘geboorte≠plaats’ (waarmee we niets hebben) en ook niet gelijk aan hun ‘paraingu’ (waar alles vanaf hangt). Betlehem is de stad van David. En Jezus Christus is zijn beloofde nakomeling. Daar gaat het om.

Henk Venema

Ps. Bovenstaand verhaal is een duidelijk voorbeeld van het belang van een project als LITINDO. Je kunt niet zomaar Nederlandse bijbelverklaringen vertalen in het Indonesisch.