ARTIKEL UIT Kerkbode








nummer


47

datum uitg.


21-nov-2008


Onthullingen - J.H. Kuiper

Het is weer zover. Het koningshuis staat in de schijnwerpers van de publiciteit. Door de onthullingen van de schrijver Cees Fasseur rond de affaire die sinds het begin van de jaren vijftig de mensen bezighoudt: wat was nu precies de invloed van de gebedsgenezeres Greet Hofmans op de politieke keuzes van de toenmalige koningin Juliana?



Allerlei onfrisse details doen daarbij hun ronde door de pers. Naast aandacht voor de dubieuze adviezen van deze dame is er ook aandacht voor de losse manier waarop de echtgenoot van de koningin met de trouwbelofte omging. Een echtscheiding is net voorkomen.

Gewone mensen

Het blijken gewone mensen te zijn en geen rolvoorbeelden van moreel gedrag. Het blijkt dat ze er soms behoorlijk naast kunnen zitten en dat jarenlang. Wie regelmatig het Oude Testament leest, kijkt daar niet van op. De berichtgeving over de koningen van IsraŽl en Juda is heel eerlijk. Sterke en zwakke punten worden genoemd. Daarbij is het ook niet zo dat een koning die God vreest, alleen maar goed kan doen. De reformator Hizkia liet zich meeslepen door zijn begrijpelijke trots op de stedenbouwkundige vernieuwing van Jeruzalem bij de ontvangst van een gezantschap uit Babel, om maar iets te noemen. Een beetje bijbellezer weet dat er geen supermensen bestaan. Toen niet en nu ook niet. Wie mensen laat wonen in een glazen huis moet niet verbaasd staan over de dingen die bekend worden, al is het in dit geval na een halve eeuw.

Republiek?

Het is geen wonder dat sommige mensen verder denken en het woord republiek weer valt. Is het niet beter om de monarchie maar af te schaffen? Er zit immers een spanning tussen de verwachting dat de vertegenwoordigers ervan toch min of meer rolvoorbeelden zijn en de werkelijkheid. Dat wordt bij een gekozen staatshoofd niet anders (denk aan de escapades van de heer Clinton), maar die ruimt na de afgesproken maximale periode in ieder geval het veld. Zijn of haar opvolger krijgt een nieuwe kans. Bovendien oogt het democratischer.

Bij de afweging wat de beste staatsvorm is, gaat het niet om een principiŽle keuze tussen monarchie en republiek. Of het staatshoofd nu gekozen wordt of via erfopvolging zijn positie bezit, in beide gevallen is dat ‘bij de gratie Gods’. De gereformeerde kerk was de bevoorrechte kerk in de tijd van de republiek van de zeven verenigde Nederlanden. Een koningshuis kennen we pas sinds 1815. Het is goed voorstelbaar dat de keuze tussen monarchie of republiek voor Nederland vroeg of laat weer actueel wordt, om wat voor reden ook. Toch moeten de fouten van de vertegenwoordigers van de monarchie daarbij geen rol spelen. Politiek is geen tak van sport waarbij de beste wint. Dat iemand via de democratische weg gekozen wordt, is geen garantie voor kwaliteit, moreel of anderszins. Als je van de gezagsdragers verwacht dat ze in alle opzichten een goed voorbeeld geven, projecteer je je eigen onvermogen op de mensen die publiek in ieder geval een ander beeld moeten laten zien.

ReŽel mensbeeld

Volgens mij gaat het dus niet alleen om de fouten van een koningshuis, maar om de manier waarop we in deze tijd met mensen omgaan die een publieke positie innemen. Je zou het ook kunnen doorvertalen naar de verwachtingen rond een predikant of kerkelijk werker. We hebben daarover in de kerkorde afspraken gemaakt die niemand betwist. Artikel 80 daarvan wijst aan wanneer in ieder geval disciplinaire maatregelen getroffen moeten worden. Bij kerkvisitaties wordt ook gevraagd of de predikant en zijn gezin goede voorbeelden zijn voor de gemeente. Dat kan een zwaar juk worden voor de gezinsleden in kwestie. Evenmin als een ander kunnen een predikant en zijn vrouw garanderen dat bijvoorbeeld hun kinderen het goede spoor gaan volgen. Goede nuchterheid bij de gemeente en kerkenraad is dus wel op zijn plaats. We beroepen gewone mensen die net als alle anderen in de gemeente hun strijd te voeren hebben met de wereld, de duivel en hun eigen vlees. Daarbij is de manier waarop ze die strijd voeren doorslaggevend voor het goede voorbeeld, niet altijd de mate van succes daarin. Als je een predikant wilt die naast de mensen staat, moet je tot op zekere hoogte (zie artikel 80) geduld hebben met hun zwakheden en gebreken. En als toch ingrijpen noodzakelijk blijkt, is het belangrijk dat de goede toon getroffen wordt.

Ambt en persoon

Je kunt dus verschil maken tussen het ambt en de persoon die het draagt. Het ambt is altijd een te grote broek, of je nu predikant bent of een hoog publiek ambt bekleedt. Koningin Juliana begon haar regering met de woorden: wie ben ik dat ik dit doen mag. Dat geldt voor elke gezagsdrager. Een te grote broek vraagt om bretels. De bijbel vraagt ons daarom te bidden voor koningen en hooggeplaatsten (1 TimoteŁs 2). Je kunt die passage zo uitleggen dat het voor de hand ligt om hen uit te sluiten van het gebed, vanwege de manier waarop ze hun positie vaak misbruiken en dat Paulus daarom vraagt speciaal voor hen te bidden. Maak bij het gebed voor alle mensen geen uitzondering! Al blijkt de sokkel van hun reputatie scheuren te vertonen, zolang ze hun positie hebben en daarmee hun speciale opdracht, blijft het gebed van de kerk. Overigens noemt Paulus uitdrukkelijk de dankzegging voor alle mensen… Dit geldt speciaal voor wie in dit leven niet meer aangesproken kan worden op de gemaakte keuzes.

Assen, Jan Kuiper